Opa, het talenwonder?

Na afloop van toernooien waar opa als verslaggever heeft gewerkt mocht (moest) hij altijd de kampioenen van zijn groep interviewen. Niet altijd ging dat even gemakkelijk. Goede schakers zijn niet altijd goede praters. Toch is het altijd gelukt. Soms met wat hulp van de ouders. Soms door een kampioeneninterview te ruilen met een andere verslaggever, die de kampioen dan beter kende.

Niet zo lang geleden werd in de laagste groep de titel gewonnen door een Duits meisje. De verslaggever van die groep spreekt niet zo goed Duits en wilde graag ruilen met opa. Nou is opa ook niet meteen een talenwonder, maar een beetje Duits moet nog wel lukken dacht hij. Opa spreekt wel een beetje Duits zoals dat op de middelbare school geleerd wordt, maar het meisje sprak een dialect. Hierdoor was het niet heel makkelijk om elkaar goed te begrijpen.

Gelukkig was de vader van het meisje ook aanwezig bij het interview om af en toe een Duits woord in dialect te vertalen of andersom. Het meisje bleek een spraakwaterval en het interview moest na een uur worden afgebroken omdat de prijsuitreiking begon. Na de prijsuitreiking heeft opa het interview online gezet.

Vorig jaar ging opa voor zijn werk 8 maanden naar Duitsland. In het stadje waar hij was zat ook een schaakclub. Elke vrijdagavond werd er in het station geschaakt. Het niveau was er niet zo heel hoog. Opa werd kampioen. Wel leerde hij weer veel bij wat betreft de Duitse taal, hoewel het dialect dat in het stadje gesproken werd nou ook niet bepaald makkelijk was.

Dit jaar had opa een andere rol, opa was vooral verantwoordelijk voor de interviews. Helaas zijn er nauwelijks Duitsers in de lagere groepen, dus daar kon opa verder niet mee oefenen. Ach ja, het is ook wel lekker om gewoon in het Nederlands te kunnen interviewen. Een interview met Franstaligen zit er sowieso niet in. Veel verder dan “oui” en “merci” komt opa niet!