Het vierde interview is helaas een solo-interview. De tegenstander van Tom van Egmond uit Nieuwegein had geen zin om geïnterviewd te worden.

Schaken heeft Tom geleerd van zijn vader en daarna van zijn opa. Daarna ging hij 1x in de week naar de schaakschool van schaakmeester-p. Op de vrijdagavond speelt Tom bij Magnus Leidsche Rijn. Daar krijgt hij les van Gert-Jan. Voor de vakantie heeft hij stap 1 gehaald, dus na de vakantie wordt begonnen met stap 2.

Samen met zijn vader verblijft Tom deze week in een hotel. Daar zitten verder geen bekenden. Wel kwam hij in de lobby Ibrahim Ali Khadiyev tegen. Deze jongen uit Azerbaijan speelt ook in de H groep. Tot laat in de avond speelden ze partijen tegen elkaar. Partijen die meestal door tom gewonnen werden. Tom en zijn vader eten elke avond in het restaurant van het hotel, maar Tom hoopt dat zijn vader hem deze week nog een keer meeneemt naar de McDonalds.

Tom doet ook aan atletiek, en net als met schaken doet hij dat best aardig. Bij alle wedstrijden waaraan hij meedeed won hij een prijs, of zoals Tom zelf zegt: “Ik heb nog nooit geen prijs gewonnen”.

Net als de meeste kinderen die eerder geïnterviewd zijn wil Tom graag winnen van Magnus Carlsen, want die is de beste van de wereld. Die interviewer hoopt op een origineler antwoord tijdens het volgende interview. Of is het beter om die vraag te vervangen?