Stop! Dit is een overval!

Stop! Dit is een overval!

Het kan je zomaar gebeuren. Ineens sta ik voor je en overval je…met vragen!

Gewoon, omdat het kan. Omdat het leuk is meer te weten over wie hier allemaal zijn. Maar ook omdat ik soms gewoon heel nieuwsgierig ben naar wat je aan het doen bent. Of omdat ik iets zag gebeuren wat ik leuk vond. Of bijzonder. En als ik het dan op mijn heupen krijg, ja, dan gebeurt het! Dan overval ik je. Met vragen. En een fotocamera!

De laatste dag voor dit ONJK. Veel gespannen gezichten. Het valt niet mee om als ouder toe te moeten kijken en niets te kunnen doen…Tussen die gespannen gezichten zie ik een ontspannen gezicht… Clara van Hille heeft geen last van spanning, ze is net klaar met haar ronde en staat nu op 5/12. Het gaat best goed, vindt ze. Clara speelt hier in de D groep, en schaakt in Schoten (Belgie) en bij STB.

Ik val meteen met de deur in huis en start met de vraag die ik van Daan mee kreeg.

Met wie zou jij wel eens een dagje willen ruilen?

“Oei, dat is lastig…” Clara weet niet goed met wie, maar heeft wel een idee met wat voor iemand ze wel een dag zou willen ruilen.

“Met een springruiter op de Olympische Spelen. Geen dressuur, dat is veel moeilijker!”

Papa, die naast haar zit, oppert nog of military iets is, maar dat wordt resoluut van de hand gewezen. Springen is leuker.

Als er in de speelzaal op de achtergrond muziek zou spelen, wat voor muziek zou dat dan mogen zijn?

“Het liefst bekende liedjes, en rustig, anders kan ik niet meer denken. Thuis hebben we soms wel veel muziek aan”

Met wie zou je wel een jaar op wereldreis willen?

“Met papa! Die ken ik goed en hij is altijd vriendelijk.”

Naar welk land zou je het liefst gaan, om je wereldreis te starten?

“Naar Spanje. Daar ben ik al eens geweest. In Granada, dat was mooi. Heel veel kleine straatjes.”

Naar welk land zou je nooit willen reizen?

“Naar Mongolië. Daar is bijna niemand!”

Welke stripverhalen lees je het liefst?

“Suske en Wiske”

Als je zelf een bekend stripfiguur zou kunnen zijn, wie zou je dan zijn?

“Jommeke, want die beleeft altijd leuke avonturen!”

Stel, deze rubriek gaat volgend jaar door, wat zou dan de eerste vraag moeten zijn voor een nieuw slachtoffer?

“Misschien iets van welke opening ze spelen of zo? Ja, vraag dat maar dan!”

We maken een foto, met papa erbij, en dan zit de laatste overval van dit toernooi er op…

Stop! Dit is een overval!

Het kan je zomaar gebeuren. Ineens sta ik voor je en overval je…met vragen!

Gewoon, omdat het kan. Omdat het leuk is meer te weten over wie hier allemaal zijn. Maar ook omdat ik soms gewoon heel nieuwsgierig ben naar wat je aan het doen bent. Of omdat ik iets zag gebeuren wat ik leuk vond. Of bijzonder. En als ik het dan op mijn heupen krijg, ja, dan gebeurt het! Dan overval ik je. Met vragen. En een fotocamera!

Het is etenstijd, en ik zie iemand lekker aan het eten. Daan Baselmans (11 jaar, woont in Tilburg) zit naast zijn moeder een lekker stukje komkommer weg te werken.

Hoi Daan, is die komkommer omdat het zo warm is, of neem je vaker komkommer mee naar toernooien?

“Nee, dat neem ik vaker mee, dat is niet omdat het zo warm is.”

Wat zat er vandaag allemaal in je lunchtrommel?

“Broodjes, en komkommer dus. En een flesje water.”

Is er iets wat je altijd mee neemt naar een toernooi om te eten?

“Ja, rozijnen.”

Ik kreeg een vraag voor jou mee van Colin en Ruben.

Wat is de langste partij die je ooit hebt gespeeld?

“In Maastricht heb ik een partij gespeeld die wel vier en een half uur duurde. Dat werd remise. Ik weet niet meer hoeveel zetten het waren.”

En wat was de kortste partij die je ooit hebt gespeeld?

“Met teamschaken met school. Toen won ik in veertig seconden, met een herdertjesmat.”

In welk land zou je wel willen wonen?

“In Amerika. Dat is vet en leuk en cool! Daar hebben ze van alles wat we hier in Nederland niet hebben, zoals hele hoge torens.”

Ben je al eens in Amerika geweest?

“Nee, nog nooit.”

Welke spellen speel je graag?

“Voetbal en Monopoly.”

Welk spel verlies je echt altijd? En vind je dat dan nog wel leuk om te doen?

“Stratego verlies ik altijd, meestal speel ik dat tegen Luuk, mijn broer. Maar ik vind het toch nog leuk om te doen.”

Met wie zou je wel eens een dagje willen ruilen?

“Met Magnus Carlsen, omdat hij zo goed kan schaken.”

En van wie zou je wel eens een dagje les willen hebben?

“Ook van Magnus Carlsen.”

Wat zou je van hem willen leren dan?

“Betere openingen, want daar ben ik nog niet zo goed in.”

Wat doe jij over 20 jaar, denk je?

“Dan denk ik dat ik nog steeds voetbal. Schaken doe ik misschien ook nog wel. En ik werk misschien wel bij de politie, en woon nog wel in Nederland. In een middelgroot huis.”

Welke vraag mag ik meenemen naar de volgende die ik ga overvallen?

“Met wie wil jij een dagje ruilen?”

Als we een foto gemaakt hebben is er gelukkig nog tijd om even een ijsje te eten voor de volgende ronde weer begint. Best een goed idee, vind ik. Ik ga ook maar eens een ijsje halen!

Stop! Dit is een overval!

Stop! Dit is een Overval!

Het kan je zomaar gebeuren. Ineens sta ik voor je en overval je…met vragen!

Gewoon, omdat het kan. Omdat het leuk is meer te weten over wie hier allemaal zijn. Maar ook omdat ik soms gewoon heel nieuwsgierig ben naar wat je aan het doen bent. Of omdat ik iets zag gebeuren wat ik leuk vond. Of bijzonder. En als ik het dan op mijn heupen krijg, ja, dan gebeurt het! Dan overval ik je. Met vragen. En een fotocamera!

En daar gaan we weer, de laatste hele dag. Zo’n week vliegt eigenlijk ook gewoon voorbij…

In de analysezaal zitten twee jongens hun partij nog even te bekijken. Ik kijk er even naar. Het is duidelijk dat ze net tegen elkaar hebben gezeten, maar ook dat ze elkaar wel een beetje kennen…Dat blijkt te kloppen: ze komen elkaar altijd tegen hier in Borne!

Wie ik voor me heb? Ruben Bourgonjen en Colin Wouters uit de C-groep. Ruben komt uit Delfzijl en Colin uit Apeldoorn. Colin speelt het ONJK voor de vierde keer terwijl Ruben hier nu voor de vijfde keer komt. En nu we het toch over toernooien hebben, kunnen we meteen naar de vraag van Karl en zijn vader.

Hebben jullie al eens in Duitsland geschaakt?

Colin: “Ik heb nog niet in Duitsland geschaakt.“

Ruben: “Ik heb in Lingen meegedaan aan een soort Grand Prix toernooi.”

Ik heb een heel lijstje vragen en prik er een willekeurige vraag uit. Niets aan, aan die vraag, die is meer voor een jonge deelnemer. We zijn het daar wel over eens en pakken een volgende. Het is even afwachten wie je treft natuurlijk op zo’n dag.

De volgende vraag dan maar.

Waaraan heb je een hekel?

Colin is snel met zijn antwoord: “mijn broer, die plaagt veel te veel!”

Ruben denkt langer: “Ik kan niets bedenken waar ik echt een hekel aan heb.”

Dus jij bent gewoon een positief mens die niet snel ergens moeite mee heeft?

“Ik denk het wel. Ik vind gewoon niet vlug iets vervelend.”

Als je een fanclub zou mogen oprichten voor iemand, voor wie zou dat dan zijn?

Ruben, lachend: “Voor mijn broertje!”

Colin: ”Voor mijn ouders. Ik heb hele fijne ouders.”

Stel, je krijgt €1000,- en het moet vandaag nog op, wat zou je er dan mee doen?

Ruben: “dan neem ik mijn ouders enzo mee uit eten. Doen we het meteen goed ook, in een 5 sterrenrestaurant.”

Colin: “Ik zou ook uit eten gaan, gaan we gewoon met Ruben mee!”

Als je een themafeest zou mogen organiseren, welk thema zou je dan kiezen?

Ruben: “Schaken!”

Colin: “Sport. Ik vind veel sporten leuk, schaken, voetbal, zwemmen, wielrennen…En veel mensen houden van sport.”

En tot slot: Wat mag ik voor vraag stellen aan het volgende slachtoffer?

Na overleg komen ze op het volgende uit:

Wat is de langste partij die je ooit hebt gespeeld?

Oh, voor wie het zich nog afvroeg: de heren speelden remise…

Stop! Dit is een overval!

Stop! Dit is een Overval!

Het kan je zomaar gebeuren. Ineens sta ik voor je en overval je…met vragen!

Gewoon, omdat het kan. Omdat het leuk is meer te weten over wie hier allemaal zijn. Maar ook omdat ik soms gewoon heel nieuwsgierig ben naar wat je aan het doen bent. Of omdat ik iets zag gebeuren wat ik leuk vond. Of bijzonder. En als ik het dan op mijn heupen krijg, ja, dan gebeurt het! Dan overval ik je. Met vragen. En een fotocamera!

Dag vier. De eerste spelers, groot en klein, zijn alweer klaar met hun ronde. Ik loop een rondje door de gang en zie een vader en zoon in een hoekje van de gang zitten, gezellig samen, net een beetje uit het zicht achter de pilaren. Geen idee wie het zijn, dus ik ga een kijkje nemen…

Stop! Dit is een overval! Mag ik jullie wat vragen?

Ik krijg een blik terug waaruit blijkt dat niet duidelijk is waar ik het over heb. Wat blijkt? Ik heb te maken met Karl Boehm en zijn vader, uit Duitsland, en ze verstaan mijn Nederlands niet…. En tsja, omdat mijn Duits ook niet is om over naar huis te schrijven, en Engels voor Karl moeilijk is, worden de hulptroepen ingezet. Jarno komt opdraven als tolk. (We spreken af dat dit stukje wel in het Nederlands geplaatst wordt, omdat Nederlands lezen wel aardig lukt.)

Karl, als jij naar een toernooi gaat, wie gaat er dan meestal met jou mee?

“papa of mama gaan mee met mij. Maar mama vaker dan papa.”

Maar nu is Karl met papa op pad.

Kan papa ook schaken?

“Nee, papa kan niet schaken!”

Maar kan je het papa dan niet leren?

“Nee dat lukt niet.” Na een beetje doorvragen met handen en voeten blijkt ook waarom: er is gewoon geen tijd om het te leren, omdat papa een drukke baan heeft.

De broer van Karl, de helft van een tweeling, schaakt wel. Hij is alleen niet hier, maar thuis met mama en zus, de andere helft van de tweeling.

Jarno legt zo goed mogelijk uit dat de volgende vraag door het vorige slachtoffer, Arno, is bedacht.

Ben je vlug afgeleid tijdens de partij, en wat doe je dan?

“Karl is niet vlug afgeleid tijdens de partij”

“Maar wel als er veel mensen om de tafel heen staan, dat vind ik vervelend.”

Wat Karl dan doet? Hij probeert ze eerst weg te wuiven, en als het niet lukt en hij heeft last van de mensen, dan roept hij de arbiter erbij om het op te lossen.

Wat zit er altijd in je tas als je naar een schaaktoernooi gaat?

De tas wordt open geritst en we krijgen de inhoud te zien.

Iets om mee te schrijven natuurlijk. Een grote fles drinken. Een dik Donald Duck boek. Natuurlijk ook een tablet. En een bakje. Een bakje wat me nieuwsgierig maakt, en Jarno duidelijk ook!

We mogen zien wat er in zit: het zit vol druivensuiker, per stuk verpakt in blauwe folie.

Dat is toch geen doping zeker he?!

Karl schiet in de lach! “Neeeeeee! Dat is echt geen doping hoor! Het is druivensuiker!”

De tas wordt weer ingepakt.

Vanmiddag is het voetbaltoernooi. Wie zou jij wel eens willen zien voetballen?

“Ik hou niet zo van voetbal. Dus ik weet eigenlijk niet wie ik dan zou willen zien.”

We opperen wat, zou het misschien grappig zijn als mama mee zou doen?

Dit blijkt geen goed idee, mama is erg blessure-gevoelig.

Welke vraag mag ik meenemen naar de volgende overval?

Samen bedenken Karl en papa de volgende vraag:

Heb je al eens in Duitsland geschaakt?

We sluiten af met het maken van een foto.

Pas later realiseer ik me dat ik Karl had moeten feliciteren… Bij het eerste toernooi van de GH groep werd hij namelijk 2e (gedeeld 1e)!

Stop! Dit is een overval!

Stop! Dit is een Overval!

 

Het kan je zomaar gebeuren. Ineens sta ik voor je en overval je…met vragen!

Gewoon, omdat het kan. Omdat het leuk is meer te weten over wie hier allemaal zijn. Maar ook omdat ik soms gewoon heel nieuwsgierig ben naar wat je aan het doen bent. Of omdat ik iets zag gebeuren wat ik leuk vond. Of bijzonder. En als ik het dan op mijn heupen krijg, ja, dan gebeurt het! Dan overval ik je. Met vragen. En een fotocamera!

Terwijl buiten de buikschuifwaterglijbaan druk gebruikt wordt, kom ik in de gang een groepje jongens tegen.  Ik ken ze niet, en pik er eentje uit…

Stop! Dit is een overval! Mag ik jou wat vragen?

“Ja hoor!” Het wordt vrolijk beantwoord. Ik blijk te praten met Arno Ferson, uit Belgie.

Hoe ben je hier op dit toernooi terecht gekomen?

“Mijn moeder heeft me dit toernooi aangeraden, zij was hier vorig jaar. Mijn broer heeft toen ook meegespeeld met een vriend. En nu ben ik ook begonnen met schaken.”

Ik begrijp dat je zelf dus nog niet lang speelt?

“Ik speel nu ongeveer driekwart jaar. De lange partijen ben ik nog niet helemaal gewoon. Ik speel nu mee in de C en dat is best moeilijk. Maar wel heel leuk.”

Stel, je mag een toernooi organiseren op een plaats naar keuze, waar zou dat dan zijn?

“Zanzibar!!! “ Het antwoord komt er zeer beslist uit. Daar wil ik meer van weten…Waarom Zanzibar?

“Ik ben daar met vakantie geweest, en dat is een tropisch eiland, dus goed weer, en er zijn veel gezellige mensen en het is een toffe cultuur!”

Als je de organisatie een tip mag geven om het toernooi nóg leuker te maken, wat zou dat dan zijn?

“Ik zou graag wat later beginnen, dan kunnen we wat uitslapen! Misschien 1 partij per dag, als je dan klaar bent hoef je niet zo lang te wachten en kan je per dag wat later beginnen. En uitslapen…”

Kun jij je nog een vakantie zonder schaken voorstellen?

“Nu nog wel, maar als ik wat beter leer schaken niet meer, want dan wordt het steeds leuker!”

Naar wat voor soort toernooi zou je graag nog eens gaan?

“Naar het schoolschaaktoernooi, waar ik voor het eerst wat beter ging spelen.”

Ik hoor hier en daar mensen verzuchten dat ze bijna hun hele huis mee hebben genomen, en nu toch nog iets vergeten zijn mee te nemen naar hier. Ben jij iets vergeten mee te nemen?

“Ja! Mijn potlood! Maar dat wordt nu nieuw gekocht, zodat ik toch in mijn stappenboekje kan werken!”

Ik zie veel mensen richting de buikschuifglijbaan gaan. Wie zou je daar nog eens op willen zien schuiven?

 “Thijs! Dat is een vriend van mij, en die doet dat niet graag!” Het wordt verteld met een grote lach op het gezicht.

 

Dan het raadsel van Rogier…De stad, de muur, de soldaat…

Wat denk jij dat de boef had moeten zeggen om binnen te komen?

Er volgt overleg. Rogier heeft een leuk raadsel neergelegd! Na een kleine tip en nog wat denken komt toch het goede antwoord! Vier!*)

 

Tot slot natuurlijk de laatste vraag aan Arno.

Wat ga ik aan de volgende persoon die ik overval vragen?

“Word je snel afgeleid tijdens een partij, en wat doe je dan?”

 

 

*) Het volledige raadsel was als volgt: “Er is een stad, met daaromheen een hoge muur. In de muur is een poort, die wordt bewaakt door een soldaat. Om binnen te komen moet je de soldaat het goede antwoord geven, er is een code.

Drie mensen, van ongeveer 37 jaar, komen bij de poort. De soldaat zegt: “Halt! Acht.” De eerste man geeft als antwoord vier, en mag naar binnen. Bij de tweede man zegt de soldaat: “Halt! Zes.” De tweede man geeft als antwoord drie, en mag ook binnen. De derde man, een boef, denkt “ik weet hoe het zit!” De soldaat zegt weer “Halt! Tien.” De boef zegt vijf.

“Fout!” Zegt de soldaat. De boef komt de stad niet in. Wat had de boef moeten zeggen om binnen te mogen?

Het antwoord is vier. Het gaat niet om de helft van het getal, maar om het aantal letters van het woord. (“tien” telt vier letters)

 

Stop! Dit is een overval!

Het kan je zomaar gebeuren. Ineens sta ik voor je en overval je…met vragen!

Gewoon, omdat het kan. Omdat het leuk is meer te weten over wie hier allemaal zijn. Maar ook omdat ik soms gewoon heel nieuwsgierig ben naar wat je aan het doen bent. Of omdat ik iets zag gebeuren wat ik leuk vond. Of bijzonder. En als ik het dan op mijn heupen krijg, ja, dan gebeurt het! Dan overval ik je. Met vragen. En een fotocamera!

Dag drie is nog maar net begonnen als ik in de analyseruimte een drietal heren zie zitten. Het blijken 3 generaties te zijn, die even gebogen zitten over de partij van de jongste van de drie, Rogier (7).

Ik mag de oudste en de jongste van de drie overvallen met vragen.

Meneer Boersma (69) is niet alleen de opa van Rogier, hij is ook de schaakleraar van Rogier. En Rogier leert zijn vader weer schaken.

 

Waar komen jullie vandaan?

“Uit Groningen. We rijden iedere dag heen en weer. Dat is ongeveer anderhalf uur.”

En zo komen we meteen bij de vraag die ik mee kreeg van Hanny gisteren.

Waar gaan jullie bij een meerdaags toernooi het liefst logeren?

Opa Jan “ik zou het liefst in een huisje logeren, zo dicht mogelijk bij de speelzaal.”

Kleinzoon Rogier: “Ik zou wel in een hotel willen, want daar heb je altijd wel wat te doen. En als je ergens anders gaat logeren weet je nooit wat daar dan te doen is, en dan verveel je je misschien. En in een hotel niet.”

Zijn jullie hier de hele week?

“Nee, alleen het eerste toernooi. Dus drie dagen.”

U geeft Rogier schaakles. Speelde u zelf ook veel toernooien?

“Niet echt. Ik ben een huisschaker. Wel speelde ik vroeger veel in schoolverband. School tegen school. Maar eerlijk gezegd? Het schaken frustreerde me altijd een beetje… Wij kregen nog geen les zoals deze jongens nu. Je moest het zelf leren en uitzoeken hoe je het beter kon doen. En dan wist je wel dat het anders kon, maar hoe? Dat was lastig.“

Is Rogier door u gaan schaken?

“Ja, ik heb bewust geprobeerd interesse te krijgen voor het schaken bij hem. Een bord in de kamer en er wat mee gaan doen en dan Rogier erbij betrekken.”

Rogier, jij leert je vader schaken. Kan hij het een beetje?

“Jawel, hij kan het ongeveer net zo goed als ik, maar ik leer het sneller!”

Opa speelt niet bij een club, speel jij wel bij een vereniging?

“Ja, ik speel bij de Paardensprong in Groningen. En hier speel ik in groep G.”

Hebben jullie voor mij een vraag die ik mag meenemen naar de volgende overval?

“Rogier, jij weet vast wat!”

“Ik stel dan altijd vragen als raadsels, of waarom gras groen is ofzo.”

“misschien weet je een raadsel, die van de zandweg misschien?”

Het wordt een ander raadsel wat ik mee krijg als vraag:

“Er is een stad, met daaromheen een hoge muur. In de muur is een poort, die wordt bewaakt door een soldaat. Om binnen te komen moet je de soldaat het goede antwoord geven, er is een code.

Drie mensen, van ongeveer 37 jaar, komen bij de poort. De soldaat zegt: “Halt! Acht.” De eerste man geeft als antwoord vier, en mag naar binnen. Bij de tweede man zegt de soldaat: “Halt! Zes.” De tweede man geeft als antwoord drie, en mag ook binnen. De derde man, een boef, denkt “ik weet hoe het zit!” De soldaat zegt weer “Halt! Tien.” De boef zegt vijf.

“Fout!” Zegt de soldaat. De boef komt de stad niet in.

Wat had de boef moeten zeggen om binnen te mogen?

Dat wordt een heel verhaal dus voor de volgende overval! En nee, ik verklap nog niets! En ja, ik heb het antwoord mee gekregen hoor, van Rogier. En als toetje kreeg ik ook het raadsel van de zandweg nog te horen… Mocht je zin hebben in meer raadsels? Ik zou zeggen: zoek Rogier maar op, hij weet er een heleboel!

Stop! Dit is een overval!

Stop! Dit is een Overval!

Het kan je zomaar gebeuren. Ineens sta ik voor je en overval je…met vragen!

Gewoon, omdat het kan. Omdat het leuk is meer te weten over wie hier allemaal zijn. Maar ook omdat ik soms gewoon heel nieuwsgierig ben naar wat je aan het doen bent. Of omdat ik iets zag gebeuren wat ik leuk vond. Of bijzonder. En als ik het dan op mijn heupen krijg, ja, dan gebeurt het! Dan overval ik je. Met vragen. En een fotocamera!

Dag twee eindigt met een snelschaaktoernooi. Iets nieuws in Borne, en het ziet er erg gezellig uit! Een bomvolle kantine. Net voor er gestart wordt komt Hanny Kollen binnen… Ja, mijn volgende slachtoffer!

Hanny, Stop! Dit is een overval!

“Oh, dan weet ik wat jij gaat doen! Jij komt vragen wat ik in de winkel van Nathan kom kopen!”

Hanny heeft duidelijk al gelezen wat Nathan vanmorgen allemaal vertelde. En het klopt, ik wil zeker de vraag van Nathan stellen. Maar eerst even iets meer over Hanny.

Hanny is de moeder van Zyon Kollen. Samen met hem komt ze al jaren op het ONJK.  Zyon speelde het ONJK in Hengelo als kleintje boven in het Stadhuis en later in het Rabo Theater, en schoof mee naar Enschede, de Universiteit en daarna naar Borne. Kortom: Hanny komt al heel wat jaren naar het ONJK!

Wat vond je de leukste locatie om als ouder mee te maken?

Qua sfeer Borne, qua locatie de Universiteit.

En dan de vraag van Nathan. Wat ga jij in de schaakwinkel van Nathan kopen?  Hij heeft echt alles wat met schaken te maken heeft.

“Een schaakbord in New York thema, dat zal hij toch wel hebben?”

Waarom zo’n schaakbord?

“Wij vinden alle schaakborden mooi, en met een thema is extra leuk. Zyon spaart ook schaakborden. Hij heeft er intussen een stuk of zestig.  Of ik wel eens naar New York zou willen? Ja zeker wel!”

Wat vond je als ouder het leukste toernooi om mee naar toe te gaan?

“Dat was echt het Inventi-toernooi in Antwerpen!”

Het wordt zonder enige twijfel meteen genoemd. Dat moet een speciaal toernooi geweest zijn…

“Dat was het ook, zeker ook voor de ouders. We mochten mee naar Antwerpen met alle ouders, en dat was echt een feestje! De kinderen werden allemaal aan een Grootmeester gekoppeld. Zyon won toen ook bij de <16. Dat toernooi was in 2009.”

Ik hoorde een moeder vandaag ergens zeggen dat ze het de eerste jaren altijd zo’n lange zit vond met toernooien. Dat was ze niet gewend van andere sporten van haar andere kinderen. Vond jij het toen Zyon pas begon met schaken ook zulke lange dagen als er een toernooi gespeeld werd?

“Ja, eerst wel. Maar na een paar keer leer je steeds meer mensen kennen, en dan is de dag steeds sneller om. En nu kom ik nog naar het toernooi hier terwijl Zyon niet zelf meer meespeelt om even bij te kletsen met de mensen die ik heb leren kennen!”

Je vertelde dat jij zelf niet actief schaakt. Was je verrast dat Zyon wilde gaan schaken?

Ja wel! We hadden een schaakbord in de kamer, en later zag hij de film “Lang leve de Koningin”, en toen was hij verkocht!

En dan de slotvraag: Wat mag ik de volgende die ik ga overvallen vragen?

“Waar ga je bij een meerdaags toernooi het liefst logeren?”

Stop! Dit is een overval!

Het kan je zomaar gebeuren. Ineens sta ik voor je en overval je…met vragen!
Gewoon, omdat het kan. Omdat het leuk is meer te weten over wie hier allemaal zijn. Maar ook omdat ik soms gewoon heel nieuwsgierig ben naar wat je aan het doen bent. Of omdat ik iets zag gebeuren wat ik leuk vond. Of bijzonder. En als ik het dan op mijn heupen krijg, ja, dan gebeurt het! Dan overval ik je. Met vragen. En een fotocamera!

Ik loop op speeldag twee eens even de gang in richting speelzaal van de D, E en FGH. Al best vroeg op de ochtend, het is tien voor half tien. Ik ben zelf niet zo’n ochtendmens, maar in de gang zie ik een heel wakker en vrolijk vertellend jongetje. Dat moet ‘m zijn, mijn allereerste slachtoffer! Hem ga ik overvallen!

Ik heb geluk, Nathan Tiggelaar wil best wat vragen beantwoorden. Nathan speelt in de H groep, is 7 jaar en komt uit Almelo. Dicht in de buurt, dus logeren is niet nodig. Maar zijn broer is wel ver weg gaan logeren!

Als je dichtbij woont, dan eet je vast ook thuis?

Ja, dat klopte. De moeder van Nathan kookt, en nee, Nathan mocht niet kiezen wat er gekookt wordt. Gisteren ook niet. En wat ze vandaag gaan eten weet hij nog niet. Maar als hij jarig is mag hij wel kiezen. Maar dat duurt nog lang!

Wat ga je dan kiezen, als je jarig bent?

“Dat weet ik nog niet, want ik kan van heel veel kiezen! Maar ik denk dat ik vind dat patat aan de beurt is dan.”

Je moeder kookt dus vandaag. Kan zij ook schaken?

“Nee, mijn moeder kan niet schaken. Maar ze kan wel badmintonnen. Maar mijn vader kan nog beter badmintonnen. En hij kan ook schaken. Hij is schaakmeester bij de club.”

Het wordt met trots verteld.

Als jij aan iemand schaken mag leren, wie zou je het dan leren?

“Mijn moeder, want dan kan iedereen thuis schaken!”

Dan kan je thuis een toernooi spelen!

“Neeeeeeeee! We hebben maar twee borden!”

Jij vindt schaken duidelijk niet saai. Maar als iemand die niet schaakt tegen jou zegt dat schaken saai is, wat zeg jij daar dan tegen?

“Schaken is niet saai, want je kan er prijzen mee winnen!”

Maar dat kan met voetbal ook… ”

En sommige toernooien daar ga je een paar dagen naar toe. Die duren lekker lang! En dan zijn er heel veel kinderen. En dat is leuk!”

Stel, je mag ergens een heel groot schaakbord neerzetten, waar zou je dat dan neerzetten?

“In Londen, nee, in New York! En dan wil ik daar ook zelf spelen. En ik wil een schaakwinkel, wel 25 keer zo groot als deze speelzaal, met alleen maar schaakspullen en liveborden, en mooie borden en notatiebladen en alles van schaken. En een hoek voor de schaakboeken.”

Als laatste: Wat ga ik de volgende die ik ga overvallen zeker vragen?

Dat is nog niet zo makkelijk… Maar, na even nadenken komt er toch een antwoord: “wat zou jij in de schaakwinkel van Nathan willen komen kopen?”

We maken nog een foto, Nathan keurt ‘m zelf even goed, en huppelt weer vrolijk verder…Om aan de volgende die hij tegen komt vrolijk te vertellen dat hij heeft gewonnen.