Stop! Dit is een overval!

Het kan je zomaar gebeuren. Ineens sta ik voor je en overval je…met vragen!
Gewoon, omdat het kan. Omdat het leuk is meer te weten over wie hier allemaal zijn. Maar ook omdat ik soms gewoon heel nieuwsgierig ben naar wat je aan het doen bent. Of omdat ik iets zag gebeuren wat ik leuk vond. Of bijzonder. En als ik het dan op mijn heupen krijg, ja, dan gebeurt het! Dan overval ik je. Met vragen. En een fotocamera!

Ik loop op speeldag twee eens even de gang in richting speelzaal van de D, E en FGH. Al best vroeg op de ochtend, het is tien voor half tien. Ik ben zelf niet zo’n ochtendmens, maar in de gang zie ik een heel wakker en vrolijk vertellend jongetje. Dat moet ‘m zijn, mijn allereerste slachtoffer! Hem ga ik overvallen!

Ik heb geluk, Nathan Tiggelaar wil best wat vragen beantwoorden. Nathan speelt in de H groep, is 7 jaar en komt uit Almelo. Dicht in de buurt, dus logeren is niet nodig. Maar zijn broer is wel ver weg gaan logeren!

Als je dichtbij woont, dan eet je vast ook thuis?

Ja, dat klopte. De moeder van Nathan kookt, en nee, Nathan mocht niet kiezen wat er gekookt wordt. Gisteren ook niet. En wat ze vandaag gaan eten weet hij nog niet. Maar als hij jarig is mag hij wel kiezen. Maar dat duurt nog lang!

Wat ga je dan kiezen, als je jarig bent?

“Dat weet ik nog niet, want ik kan van heel veel kiezen! Maar ik denk dat ik vind dat patat aan de beurt is dan.”

Je moeder kookt dus vandaag. Kan zij ook schaken?

“Nee, mijn moeder kan niet schaken. Maar ze kan wel badmintonnen. Maar mijn vader kan nog beter badmintonnen. En hij kan ook schaken. Hij is schaakmeester bij de club.”

Het wordt met trots verteld.

Als jij aan iemand schaken mag leren, wie zou je het dan leren?

“Mijn moeder, want dan kan iedereen thuis schaken!”

Dan kan je thuis een toernooi spelen!

“Neeeeeeeee! We hebben maar twee borden!”

Jij vindt schaken duidelijk niet saai. Maar als iemand die niet schaakt tegen jou zegt dat schaken saai is, wat zeg jij daar dan tegen?

“Schaken is niet saai, want je kan er prijzen mee winnen!”

Maar dat kan met voetbal ook… ”

En sommige toernooien daar ga je een paar dagen naar toe. Die duren lekker lang! En dan zijn er heel veel kinderen. En dat is leuk!”

Stel, je mag ergens een heel groot schaakbord neerzetten, waar zou je dat dan neerzetten?

“In Londen, nee, in New York! En dan wil ik daar ook zelf spelen. En ik wil een schaakwinkel, wel 25 keer zo groot als deze speelzaal, met alleen maar schaakspullen en liveborden, en mooie borden en notatiebladen en alles van schaken. En een hoek voor de schaakboeken.”

Als laatste: Wat ga ik de volgende die ik ga overvallen zeker vragen?

Dat is nog niet zo makkelijk… Maar, na even nadenken komt er toch een antwoord: “wat zou jij in de schaakwinkel van Nathan willen komen kopen?”

We maken nog een foto, Nathan keurt ‘m zelf even goed, en huppelt weer vrolijk verder…Om aan de volgende die hij tegen komt vrolijk te vertellen dat hij heeft gewonnen.