Stop! Dit is een overval!

Het kan je zomaar gebeuren. Ineens sta ik voor je en overval je…met vragen!

Gewoon, omdat het kan. Omdat het leuk is meer te weten over wie hier allemaal zijn. Maar ook omdat ik soms gewoon heel nieuwsgierig ben naar wat je aan het doen bent. Of omdat ik iets zag gebeuren wat ik leuk vond. Of bijzonder. En als ik het dan op mijn heupen krijg, ja, dan gebeurt het! Dan overval ik je. Met vragen. En een fotocamera!

Dag drie is nog maar net begonnen als ik in de analyseruimte een drietal heren zie zitten. Het blijken 3 generaties te zijn, die even gebogen zitten over de partij van de jongste van de drie, Rogier (7).

Ik mag de oudste en de jongste van de drie overvallen met vragen.

Meneer Boersma (69) is niet alleen de opa van Rogier, hij is ook de schaakleraar van Rogier. En Rogier leert zijn vader weer schaken.

 

Waar komen jullie vandaan?

“Uit Groningen. We rijden iedere dag heen en weer. Dat is ongeveer anderhalf uur.”

En zo komen we meteen bij de vraag die ik mee kreeg van Hanny gisteren.

Waar gaan jullie bij een meerdaags toernooi het liefst logeren?

Opa Jan “ik zou het liefst in een huisje logeren, zo dicht mogelijk bij de speelzaal.”

Kleinzoon Rogier: “Ik zou wel in een hotel willen, want daar heb je altijd wel wat te doen. En als je ergens anders gaat logeren weet je nooit wat daar dan te doen is, en dan verveel je je misschien. En in een hotel niet.”

Zijn jullie hier de hele week?

“Nee, alleen het eerste toernooi. Dus drie dagen.”

U geeft Rogier schaakles. Speelde u zelf ook veel toernooien?

“Niet echt. Ik ben een huisschaker. Wel speelde ik vroeger veel in schoolverband. School tegen school. Maar eerlijk gezegd? Het schaken frustreerde me altijd een beetje… Wij kregen nog geen les zoals deze jongens nu. Je moest het zelf leren en uitzoeken hoe je het beter kon doen. En dan wist je wel dat het anders kon, maar hoe? Dat was lastig.“

Is Rogier door u gaan schaken?

“Ja, ik heb bewust geprobeerd interesse te krijgen voor het schaken bij hem. Een bord in de kamer en er wat mee gaan doen en dan Rogier erbij betrekken.”

Rogier, jij leert je vader schaken. Kan hij het een beetje?

“Jawel, hij kan het ongeveer net zo goed als ik, maar ik leer het sneller!”

Opa speelt niet bij een club, speel jij wel bij een vereniging?

“Ja, ik speel bij de Paardensprong in Groningen. En hier speel ik in groep G.”

Hebben jullie voor mij een vraag die ik mag meenemen naar de volgende overval?

“Rogier, jij weet vast wat!”

“Ik stel dan altijd vragen als raadsels, of waarom gras groen is ofzo.”

“misschien weet je een raadsel, die van de zandweg misschien?”

Het wordt een ander raadsel wat ik mee krijg als vraag:

“Er is een stad, met daaromheen een hoge muur. In de muur is een poort, die wordt bewaakt door een soldaat. Om binnen te komen moet je de soldaat het goede antwoord geven, er is een code.

Drie mensen, van ongeveer 37 jaar, komen bij de poort. De soldaat zegt: “Halt! Acht.” De eerste man geeft als antwoord vier, en mag naar binnen. Bij de tweede man zegt de soldaat: “Halt! Zes.” De tweede man geeft als antwoord drie, en mag ook binnen. De derde man, een boef, denkt “ik weet hoe het zit!” De soldaat zegt weer “Halt! Tien.” De boef zegt vijf.

“Fout!” Zegt de soldaat. De boef komt de stad niet in.

Wat had de boef moeten zeggen om binnen te mogen?

Dat wordt een heel verhaal dus voor de volgende overval! En nee, ik verklap nog niets! En ja, ik heb het antwoord mee gekregen hoor, van Rogier. En als toetje kreeg ik ook het raadsel van de zandweg nog te horen… Mocht je zin hebben in meer raadsels? Ik zou zeggen: zoek Rogier maar op, hij weet er een heleboel!