Stop! Dit is een overval!

Stop! Dit is een Overval!

 

Het kan je zomaar gebeuren. Ineens sta ik voor je en overval je…met vragen!

Gewoon, omdat het kan. Omdat het leuk is meer te weten over wie hier allemaal zijn. Maar ook omdat ik soms gewoon heel nieuwsgierig ben naar wat je aan het doen bent. Of omdat ik iets zag gebeuren wat ik leuk vond. Of bijzonder. En als ik het dan op mijn heupen krijg, ja, dan gebeurt het! Dan overval ik je. Met vragen. En een fotocamera!

Terwijl buiten de buikschuifwaterglijbaan druk gebruikt wordt, kom ik in de gang een groepje jongens tegen.  Ik ken ze niet, en pik er eentje uit…

Stop! Dit is een overval! Mag ik jou wat vragen?

“Ja hoor!” Het wordt vrolijk beantwoord. Ik blijk te praten met Arno Ferson, uit Belgie.

Hoe ben je hier op dit toernooi terecht gekomen?

“Mijn moeder heeft me dit toernooi aangeraden, zij was hier vorig jaar. Mijn broer heeft toen ook meegespeeld met een vriend. En nu ben ik ook begonnen met schaken.”

Ik begrijp dat je zelf dus nog niet lang speelt?

“Ik speel nu ongeveer driekwart jaar. De lange partijen ben ik nog niet helemaal gewoon. Ik speel nu mee in de C en dat is best moeilijk. Maar wel heel leuk.”

Stel, je mag een toernooi organiseren op een plaats naar keuze, waar zou dat dan zijn?

“Zanzibar!!! “ Het antwoord komt er zeer beslist uit. Daar wil ik meer van weten…Waarom Zanzibar?

“Ik ben daar met vakantie geweest, en dat is een tropisch eiland, dus goed weer, en er zijn veel gezellige mensen en het is een toffe cultuur!”

Als je de organisatie een tip mag geven om het toernooi nóg leuker te maken, wat zou dat dan zijn?

“Ik zou graag wat later beginnen, dan kunnen we wat uitslapen! Misschien 1 partij per dag, als je dan klaar bent hoef je niet zo lang te wachten en kan je per dag wat later beginnen. En uitslapen…”

Kun jij je nog een vakantie zonder schaken voorstellen?

“Nu nog wel, maar als ik wat beter leer schaken niet meer, want dan wordt het steeds leuker!”

Naar wat voor soort toernooi zou je graag nog eens gaan?

“Naar het schoolschaaktoernooi, waar ik voor het eerst wat beter ging spelen.”

Ik hoor hier en daar mensen verzuchten dat ze bijna hun hele huis mee hebben genomen, en nu toch nog iets vergeten zijn mee te nemen naar hier. Ben jij iets vergeten mee te nemen?

“Ja! Mijn potlood! Maar dat wordt nu nieuw gekocht, zodat ik toch in mijn stappenboekje kan werken!”

Ik zie veel mensen richting de buikschuifglijbaan gaan. Wie zou je daar nog eens op willen zien schuiven?

 “Thijs! Dat is een vriend van mij, en die doet dat niet graag!” Het wordt verteld met een grote lach op het gezicht.

 

Dan het raadsel van Rogier…De stad, de muur, de soldaat…

Wat denk jij dat de boef had moeten zeggen om binnen te komen?

Er volgt overleg. Rogier heeft een leuk raadsel neergelegd! Na een kleine tip en nog wat denken komt toch het goede antwoord! Vier!*)

 

Tot slot natuurlijk de laatste vraag aan Arno.

Wat ga ik aan de volgende persoon die ik overval vragen?

“Word je snel afgeleid tijdens een partij, en wat doe je dan?”

 

 

*) Het volledige raadsel was als volgt: “Er is een stad, met daaromheen een hoge muur. In de muur is een poort, die wordt bewaakt door een soldaat. Om binnen te komen moet je de soldaat het goede antwoord geven, er is een code.

Drie mensen, van ongeveer 37 jaar, komen bij de poort. De soldaat zegt: “Halt! Acht.” De eerste man geeft als antwoord vier, en mag naar binnen. Bij de tweede man zegt de soldaat: “Halt! Zes.” De tweede man geeft als antwoord drie, en mag ook binnen. De derde man, een boef, denkt “ik weet hoe het zit!” De soldaat zegt weer “Halt! Tien.” De boef zegt vijf.

“Fout!” Zegt de soldaat. De boef komt de stad niet in. Wat had de boef moeten zeggen om binnen te mogen?

Het antwoord is vier. Het gaat niet om de helft van het getal, maar om het aantal letters van het woord. (“tien” telt vier letters)