Stop! Dit is een overval!

Stop! Dit is een Overval!

Het kan je zomaar gebeuren. Ineens sta ik voor je en overval je…met vragen!

Gewoon, omdat het kan. Omdat het leuk is meer te weten over wie hier allemaal zijn. Maar ook omdat ik soms gewoon heel nieuwsgierig ben naar wat je aan het doen bent. Of omdat ik iets zag gebeuren wat ik leuk vond. Of bijzonder. En als ik het dan op mijn heupen krijg, ja, dan gebeurt het! Dan overval ik je. Met vragen. En een fotocamera!

Dag vier. De eerste spelers, groot en klein, zijn alweer klaar met hun ronde. Ik loop een rondje door de gang en zie een vader en zoon in een hoekje van de gang zitten, gezellig samen, net een beetje uit het zicht achter de pilaren. Geen idee wie het zijn, dus ik ga een kijkje nemen…

Stop! Dit is een overval! Mag ik jullie wat vragen?

Ik krijg een blik terug waaruit blijkt dat niet duidelijk is waar ik het over heb. Wat blijkt? Ik heb te maken met Karl Boehm en zijn vader, uit Duitsland, en ze verstaan mijn Nederlands niet…. En tsja, omdat mijn Duits ook niet is om over naar huis te schrijven, en Engels voor Karl moeilijk is, worden de hulptroepen ingezet. Jarno komt opdraven als tolk. (We spreken af dat dit stukje wel in het Nederlands geplaatst wordt, omdat Nederlands lezen wel aardig lukt.)

Karl, als jij naar een toernooi gaat, wie gaat er dan meestal met jou mee?

“papa of mama gaan mee met mij. Maar mama vaker dan papa.”

Maar nu is Karl met papa op pad.

Kan papa ook schaken?

“Nee, papa kan niet schaken!”

Maar kan je het papa dan niet leren?

“Nee dat lukt niet.” Na een beetje doorvragen met handen en voeten blijkt ook waarom: er is gewoon geen tijd om het te leren, omdat papa een drukke baan heeft.

De broer van Karl, de helft van een tweeling, schaakt wel. Hij is alleen niet hier, maar thuis met mama en zus, de andere helft van de tweeling.

Jarno legt zo goed mogelijk uit dat de volgende vraag door het vorige slachtoffer, Arno, is bedacht.

Ben je vlug afgeleid tijdens de partij, en wat doe je dan?

“Karl is niet vlug afgeleid tijdens de partij”

“Maar wel als er veel mensen om de tafel heen staan, dat vind ik vervelend.”

Wat Karl dan doet? Hij probeert ze eerst weg te wuiven, en als het niet lukt en hij heeft last van de mensen, dan roept hij de arbiter erbij om het op te lossen.

Wat zit er altijd in je tas als je naar een schaaktoernooi gaat?

De tas wordt open geritst en we krijgen de inhoud te zien.

Iets om mee te schrijven natuurlijk. Een grote fles drinken. Een dik Donald Duck boek. Natuurlijk ook een tablet. En een bakje. Een bakje wat me nieuwsgierig maakt, en Jarno duidelijk ook!

We mogen zien wat er in zit: het zit vol druivensuiker, per stuk verpakt in blauwe folie.

Dat is toch geen doping zeker he?!

Karl schiet in de lach! “Neeeeeee! Dat is echt geen doping hoor! Het is druivensuiker!”

De tas wordt weer ingepakt.

Vanmiddag is het voetbaltoernooi. Wie zou jij wel eens willen zien voetballen?

“Ik hou niet zo van voetbal. Dus ik weet eigenlijk niet wie ik dan zou willen zien.”

We opperen wat, zou het misschien grappig zijn als mama mee zou doen?

Dit blijkt geen goed idee, mama is erg blessure-gevoelig.

Welke vraag mag ik meenemen naar de volgende overval?

Samen bedenken Karl en papa de volgende vraag:

Heb je al eens in Duitsland geschaakt?

We sluiten af met het maken van een foto.

Pas later realiseer ik me dat ik Karl had moeten feliciteren… Bij het eerste toernooi van de GH groep werd hij namelijk 2e (gedeeld 1e)!