Stop! Dit is een overval!

Het kan je zomaar gebeuren. Ineens sta ik voor je en overval je…met vragen!

Gewoon, omdat het kan. Omdat het leuk is meer te weten over wie hier allemaal zijn. Maar ook omdat ik soms gewoon heel nieuwsgierig ben naar wat je aan het doen bent. Of omdat ik iets zag gebeuren wat ik leuk vond. Of bijzonder. En als ik het dan op mijn heupen krijg, ja, dan gebeurt het! Dan overval ik je. Met vragen. En een fotocamera!

Het is etenstijd, en ik zie iemand lekker aan het eten. Daan Baselmans (11 jaar, woont in Tilburg) zit naast zijn moeder een lekker stukje komkommer weg te werken.

Hoi Daan, is die komkommer omdat het zo warm is, of neem je vaker komkommer mee naar toernooien?

“Nee, dat neem ik vaker mee, dat is niet omdat het zo warm is.”

Wat zat er vandaag allemaal in je lunchtrommel?

“Broodjes, en komkommer dus. En een flesje water.”

Is er iets wat je altijd mee neemt naar een toernooi om te eten?

“Ja, rozijnen.”

Ik kreeg een vraag voor jou mee van Colin en Ruben.

Wat is de langste partij die je ooit hebt gespeeld?

“In Maastricht heb ik een partij gespeeld die wel vier en een half uur duurde. Dat werd remise. Ik weet niet meer hoeveel zetten het waren.”

En wat was de kortste partij die je ooit hebt gespeeld?

“Met teamschaken met school. Toen won ik in veertig seconden, met een herdertjesmat.”

In welk land zou je wel willen wonen?

“In Amerika. Dat is vet en leuk en cool! Daar hebben ze van alles wat we hier in Nederland niet hebben, zoals hele hoge torens.”

Ben je al eens in Amerika geweest?

“Nee, nog nooit.”

Welke spellen speel je graag?

“Voetbal en Monopoly.”

Welk spel verlies je echt altijd? En vind je dat dan nog wel leuk om te doen?

“Stratego verlies ik altijd, meestal speel ik dat tegen Luuk, mijn broer. Maar ik vind het toch nog leuk om te doen.”

Met wie zou je wel eens een dagje willen ruilen?

“Met Magnus Carlsen, omdat hij zo goed kan schaken.”

En van wie zou je wel eens een dagje les willen hebben?

“Ook van Magnus Carlsen.”

Wat zou je van hem willen leren dan?

“Betere openingen, want daar ben ik nog niet zo goed in.”

Wat doe jij over 20 jaar, denk je?

“Dan denk ik dat ik nog steeds voetbal. Schaken doe ik misschien ook nog wel. En ik werk misschien wel bij de politie, en woon nog wel in Nederland. In een middelgroot huis.”

Welke vraag mag ik meenemen naar de volgende die ik ga overvallen?

“Met wie wil jij een dagje ruilen?”

Als we een foto gemaakt hebben is er gelukkig nog tijd om even een ijsje te eten voor de volgende ronde weer begint. Best een goed idee, vind ik. Ik ga ook maar eens een ijsje halen!